Conferentie algemeen Programma Aanmelden 5. Nederlands-Indië: beeldvorming over de Tweede Wereldoorlog
Voor veel mensen die de oorlog in het voormalig Nederlands-Indië hebben meegemaakt is het jarenlang een grote ergernis geweest dat de Tweede Wereldoorlog gelijk werd gesteld aan de oorlog in Europa. Zo gold 5 mei bijvoorbeeld jarenlang als nationale bevrijdingsdag, ook voor de mensen uit Nederlans-Indië, terwijl het einde van de oorlog voor hen pas op 15 augustus 1945 een feit was.
Als het gaat om beeldvorming over de oorlog in Nederlands-Indië is het voor de betrokkenen nog steeds essentieel dat het lijden van de geïnterneerden en krijgsgevan- genen in de Japanse kampen erkend wordt, met inbegrip van de Bersiap-periode.
Ook het beeld van de oorlog in Azië is in de loop van de jaren genuanceerd, maar de aandacht voor de oorlog in Nederlands-Indië blijft nog altijd achter bij die in Europa. Wat kunnen organisaties van oorlogsgetroffenen uit Nederlands-Indië concreet bijdragen om de aandacht voor de oorlog in Nederlands-Indië te vergroten en te nuanceren, deze te herdenken en (actuele) inhoud te geven aan die herdenking voor jongere generaties?
6. Samenwerking tussen de Nederlandse organisaties van oorlogsgetroffenen: een nieuwe platform?
In Nederland zijn er tientallen organisaties van oorlogsgetroffenen. De meeste zijn kort na de oorlog opgericht, enkele zelfs al tijdens de oorlog. De gemeenschappelijke noemer is dat de leden in veel gevallen een vergelijkbare oorlogsachtergrond hebben. Dat is wat hen bindt en waarom de banden vaak zo hecht zijn. Een aantal organisaties hebben hun belangen in een groter geheel gebundeld. De COVVS is daar een goed voorbeeld van. Nu er steeds meer verenigingen dreigen weg te vallen is samenwerking tussen de organisaties van wezenlijk belang. Dat wil zeggen: bestuurlijk, financieel en in de sfeer van de belangenbehartiging, jeugdvoorlichting en educatieve reizen. Het zijn allemaal voorbeelden van zaken waarbij de krachten gebundeld zouden kunnen worden. Enkele vragen die daarbij spelen zijn: wie neemt hiertoe het initiatief, welke vorm moet die samenwerking krijgen, hoe zit het met de financiering, zijn er voldoende capabele mensen die ook fysiek in staat zijn zich hiervoor in te zetten?
7. Internationale samenwerking van organisaties van oorlogsgetroffenen
Uiteraard is er internationaal eenzelfde tendens waar te nemen bij de organisaties van oorlogsgetroffenen als nationaal. Dat wil zeggen: er is sprake van een toenemende vergrijzing van de leden en er zijn allerlei taken die steeds moeilijker te realiseren zijn omdat er hoe langer hoe meer mensen wegvallen. Dat is bijvoorbeeld te merken bij gezamenlijke internationale herdenkingen, die nog maar door een klein aantal sterken kan worden bezocht. Ook in bestuurlijke zin vallen er leemtes waarin niet meer kan worden voorzien. Ook hier dringt zich de vraag op: kunnen internationale samenwerkingsverbanden nog worden gecontinueerd? Kunnen vertegenwoordigers van de jongere generaties (bestuurs)taken overnemen, of moet besloten worden tot het beëindiging van internationale samenwerkingsverbanden?