Cogis Cogis
Churchilllaan 11, 4de etage | 3527 GV Utrecht | E. info@cogis.nl | T. 030-2968000 | Click here for English
abbonneer op RSS
vinden

Het verleden verankeren in de toekomst


COVVS-conferentie 20 november 2010



Gespreksgroepen

1. Verankering herinnering WO II: plannen en ideeën bij de organisaties
Een belangrijke doelstelling van alle organisaties van oorlogsbetrokkenen is het bevorderen van het historisch besef over de Tweede Wereldoorlog en de gevolgen en betekenis daarvan voor de huidige samenleving. Dit komt tot uitdrukking in hun onvoorwaardelijke steun aan het democratische gedachtegoed, de grondrechten en de rechtsstaat. Dit gedachtegoed is een van de pijlers van hun bestaan. Nu de eindigheid van hun bestaan zich langzaam maar zeker aftekent is een belangrijke vraag: welke initiatieven kunnen de organisaties nog ontplooien om een concrete bijdrage te leveren aan de waarden, zoals hierboven genoemd, waarvoor zij zich al die jaren hebben ingezet. In deze workshop kunnen de plannen en ideeën die er leven bij de verschillen- de organisaties worden uitgesproken en aan elkaar worden getoetst.

2. Bestuurlijke vernieuwing: verjonging van de besturen
Al jaren wordt in organisaties van oorlogsbetrokkenen de discussie gevoerd of jongeren bestuurlijke taken van de ouderen kunnen overnemen. Enerzijds is dit een principiële discussie die raakt aan het karakter van de organisaties die sinds jaar en dag geleid worden door mensen die de Tweede Wereldoorlog aan den lijve hebben meegemaakt en anderzijds is het een praktische kwestie omdat er onvoldoende ouderen zijn die de bestuurlijke taken kunnen uitvoeren. De vraag is nu: zijn er mogelijkheden om bestuurlijke verjonging (tweede en derde generatie) binnen de verenigingen en comités van oorlogsgetroffenen door te voeren en zo ja wat zijn daarbij de voorwaarden?

3. Educatieve reizen en gastlessen op scholen
Sinds jaar en dag worden er educatieve reizen georganiseerd naar voormalige concentratiekampen, zoals Ravensbrück, Bergen-Belsen, Auschwitz , Mauthausen en Sachsenhausen. Een belangrijk element daarin is dat overlevenden van die kampen deze reizen maken met jongeren, docenten en andere geïnteresseerden. Door de hoge leeftijd van de overlevenden kunnen deze unieke reizen om praktische redenen binnenkort niet meer gerealiseerd worden. De vraag is: moeten dit soort educatieve reizen desondanks gecontinueerd worden en zo ja in welke vorm? En, wat betekent dat voor de financiële ondersteuning door het ministerie van VWS?
Het aantal ooggetuigen van de Tweede Wereldoorlog wordt allengs minder. Er komen steeds meer gastsprekers op scholen die kind waren in de oorlog. En inmiddels zijn er ook gastsprekers actief die na de oorlog geboren zijn. Het oorspronkelijke doel om getuigen uit de oorlog aan het woord te laten in de klas wordt daarmee losgelaten. Derhalve dringt zich de vraag op of projecten als ‘Een ooggetuige in de klas’ gecontinueerd moeten worden. En zo ja, in welke vorm en wie zijn de meest aangewezen personen om die lessen te verzorgen?

4. Nederland en de beeldvorming over de Tweede Wereldoorlog: oorlogslessen 
Het beeld van de Tweede Wereldoorlog wordt voortdurend bijgesteld. Dat is onder meer het resultaat van wetenschappelijke studies die nieuwe gegevens en gewijzigde inzichten genereren. Maar ook in de persoonlijke sfeer gebeurt er op dat punt het nodige. Sommige gebeurtenissen verbleken, worden bijgekleurd, of worden simpelweg vergeten. Ook bestaat er tussen de mensen onderling vaak grote verschillen van mening, omdat ze geografisch en chronologisch gezien in de meest uiteenlopende situaties geconfronteerd zijn geweest met leed en ellende. Niettemin zijn er een aantal centrale waarden die overlevenden, die zich verenigd hebben in de organisaties van oorlogsgetroffenen, delen en overeind willen houden. Dat zijn de waarden waarvoor zij zich hebben ingezet tijdens de oorlog, maar ook daarna. Gedoeld wordt op het al eerder genoemde democratische gedachtegoed, de grondrechten en de rechtsstaat en tegen autoritaire systemen zoals het fascisme en nazisme. Wat is er voor nodig om jongere generaties gevoelig te maken voor het belang van deze algemeen gedeelde waarden en wat kunnen de organisaties van oorlogsgetroffenen daar nog in betekenen?


Eertwegh Rode blaadjes


 Conferentie algemeen 
 Programma 
 Aanmelden 




5. Nederlands-Indië: beeldvorming over de Tweede Wereldoorlog
Voor veel mensen die de oorlog in het voormalig Nederlands-Indië hebben meegemaakt is het jarenlang een grote ergernis geweest dat de Tweede Wereldoorlog gelijk werd gesteld aan de oorlog in Europa. Zo gold 5 mei bijvoorbeeld jarenlang als nationale bevrijdingsdag, ook voor de mensen uit Nederlans-Indië, terwijl het einde van de oorlog voor hen pas op 15 augustus 1945 een feit was.
Als het gaat om beeldvorming over de oorlog in Nederlands-Indië is het voor de betrokkenen nog steeds essentieel dat het lijden van de geïnterneerden en krijgsgevan- genen in de Japanse kampen erkend wordt, met inbegrip van de Bersiap-periode.
Ook het beeld van de oorlog in Azië is in de loop van de jaren genuanceerd, maar de aandacht voor de oorlog in Nederlands-Indië blijft nog altijd achter bij die in Europa. Wat kunnen organisaties van oorlogsgetroffenen uit Nederlands-Indië concreet bijdragen om de aandacht voor de oorlog in Nederlands-Indië te vergroten en te nuanceren, deze te herdenken en (actuele) inhoud te geven aan die herdenking voor jongere generaties?

6. Samenwerking tussen de Nederlandse organisaties van oorlogsgetroffenen: een nieuwe platform?
In Nederland zijn er tientallen organisaties van oorlogsgetroffenen. De meeste zijn kort na de oorlog opgericht, enkele zelfs al tijdens de oorlog. De gemeenschappelijke noemer is dat de leden in veel gevallen een vergelijkbare oorlogsachtergrond hebben. Dat is wat hen bindt en waarom de banden vaak zo hecht zijn. Een aantal organisaties hebben hun belangen in een groter geheel gebundeld. De COVVS is daar een goed voorbeeld van. Nu er steeds meer verenigingen dreigen weg te vallen is samenwerking tussen de organisaties van wezenlijk belang. Dat wil zeggen: bestuurlijk, financieel en in de sfeer van de belangenbehartiging, jeugdvoorlichting en educatieve reizen. Het zijn allemaal voorbeelden van zaken waarbij de krachten gebundeld zouden kunnen worden. Enkele vragen die daarbij spelen zijn: wie neemt hiertoe het initiatief, welke vorm moet die samenwerking krijgen, hoe zit het met de financiering, zijn er voldoende capabele mensen die ook fysiek in staat zijn zich hiervoor in te zetten?

7. Internationale samenwerking van organisaties van oorlogsgetroffenen
Uiteraard is er internationaal eenzelfde tendens waar te nemen bij de organisaties van oorlogsgetroffenen als nationaal. Dat wil zeggen: er is sprake van een toenemende vergrijzing van de leden en er zijn allerlei taken die steeds moeilijker te realiseren zijn omdat er hoe langer hoe meer mensen wegvallen. Dat is bijvoorbeeld te merken bij gezamenlijke internationale herdenkingen, die nog maar door een klein aantal sterken kan worden bezocht. Ook in bestuurlijke zin vallen er leemtes waarin niet meer kan worden voorzien. Ook hier dringt zich de vraag op: kunnen internationale samenwerkingsverbanden nog worden gecontinueerd? Kunnen vertegenwoordigers van de jongere generaties (bestuurs)taken overnemen, of moet besloten worden tot het beëindiging van internationale samenwerkingsverbanden?

Jaarverslag 2009
lees verder
Nieuwe Cogiscope!
Inhoudsopgave en redactioneel van nr.2 (2010)
nr.1 nu fulltext!
lees verder
Themanummer
Kind en trauma (2009, nr.4)
fulltext
lees verder